NIEUWE WEBSITE
Wetenschappen | 29 Juli 2009 | 15:40:18
Hallo beste members en lezers,
 
Samen met de Amerikaan Nemesis hebben we een nieuwe site opgezet.
Waarom? Simpel eigenlijk, de nieuwe website heeft meer mogelijkheden voor ons.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 191

Mag ik je kaartje?

Miller en Urey
Wetenschappen | 08 Mei 2009 | 11:35:19

Het ontstaan van leven is moeilijk te begrijpen. De scheikundigen Miller en Urey maakten in 1953 een oersoep, waarin zij na een week aminozuren (bouwstenen van leven) vonden. Nu weten we dat de luchtlaag rond de jonge aarde op een aantal punten niet helemaal te vergelijken is met deze oersoep. Sommige wetenschappers denken daarom dat het leven op aarde elders in het heelal is ontstaan. In 2010 gaat het Miller-Urey experiment de ruimte in om deze theorie te testen.

Het ontstaan van leven is moeilijk te begrijpen, er is immers geen mens bij aanwezig geweest. De wetenschap geeft ons wel aanwijzingen, bijvoorbeeld over de vorming van aminozuren (bouwstenen van leven). Science Center NEMO herhaalt de komende jaren de beroemde proef van scheikundigen Miller en Urey en in 2010 gaat dit experiment ook de ruimte in. Op die manier hopen wetenschappers nog meer over het ontstaan van leven te weten te komen.

Waar komt het leven op aarde vandaan? Met die vraag worstelde de jonge onderzoeker Stanley Miller in 1953, toen hij afstudeerde in het laboratorium van scheikundige en Nobelprijswinnaar Harold Urey. Samen bedachten de twee een eenvoudige, maar baanbrekende manier om hierachter te komen: door de omstandigheden van de jonge aarde nauwkeurig na te maken, hoopten ze dat er vanzelf iets zou gebeuren. Miller en Urey gingen er vanuit dat het leven op aarde opgebouwd moet zijn uit de levenloze materie die er toen al was. Dat idee noemen we chemische evolutie.
 

Vonk

De opstelling die Miller en Urey bedachten, zit eigenlijk heel eenvoudig in elkaar. In een afgesloten glazen bol bevindt zich een mengsel van methaan (CH4), waterstof (H2), ammoniak (NH3) en water (H2O). Dit mengsel komt volgens de twee scheikundigen grotendeels overeen met de samenstelling van de luchtlaag (atmosfeer) rond de jonge aarde. Twee elektroden zorgen ervoor dat met regelmaat een elektrische vonk, vergelijkbaar met bliksem bij een onweersbui, door het reactiemengsel heen gaat. Op die manier bleken aminozuren helemaal vanzelf te ontstaan. Nou ja, vanzelf…

Om vanuit de vier stoffen uit de vroege atmosfeer tot nieuwe moleculen te komen, zijn scheikundige reacties nodig. Maar die verlopen bijna nooit vanzelf. Om compleet nieuwe stoffen te kunnen krijgen, is in het begin vaak energie nodig – óók als er bij de reactie zelf energie vrijkomt. Op de jonge aarde bliksemde het veel, precies het soort zetje dat nodig is om stoffen uit het reactiemengsel met elkaar te laten reageren.
 
Schematische weergave van de opstelling van het Miller-Urey experiment.
 

Door de glazen bol met het reactiemengsel te verwarmen, versnelden Miller en Urey de reacties die er in optraden. Ze lieten het experiment een week lang onaangeroerd en maakten daarna de bol open. Tot hun vreugde ontdekten ze dat daarin een enorme hoeveelheid nieuwe stoffen zat. Hiertussen vonden Miller en Urey minstens vijf verschillende aminozuren. Toen wetenschappers in 1998 een overgebleven buisje van dit experiment met nieuwe metingen nauwkeuriger bekeken, bleken er zelfs tweeëntwintig verschillende aminozuren te zijn ontstaan!

Volgende stap

Miller en Urey waren zo blij dat ze aminozuren vonden, omdat dit de ´bouwstenen van leven´ zijn. Je hebt aminozuren namelijk nodig om grotere onderdelen, zoals eiwitten, te bouwen. Een eiwit ontstaat altijd door een aaneenschakeling van een aantal aminozuren. Zo’n aaneenschakeling kan alleen gemaakt worden als er niet teveel zuurstof (O2) in de omgeving aanwezig is. Zuurstofdeeltjes kunnen de verbinding tussen losse aminozuren steeds opnieuw verbreken. In de atmosfeer van de jonge aarde en in het Miller-Urey experiment was dan ook weinig zuurstof aanwezig.
 
Het eerste echte leven
De eerste levensvormen (die 3,8 miljard jaar geleden ontstonden) konden heel goed zonder zuurstof. Sterker nog: het was in hoge concentraties zelfs giftig voor ze. Het gaat om blauwalgen die uitsluitend leefden van zonlicht en stikstofverbindingen en zuurstof produceerden als afvalproduct. In eerste instantie werd zuurstof opgenomen in rotsen, zeeën en oceanen, maar kwam uiteindelijk ook in de atmosfeer terecht. Dit gaf leven, dat voor de ademhaling afhankelijk is van zuurstof, de kans om zich te ontwikkelen. Het nieuwe leven verdrong blauwalgen voorgoed naar plekken met weinig zuurstof. Tijdens een hete zomer kan in stilstaand water zuurstoftekort ontstaan en dan zie je blauwalgen nog weleens opduiken. Blauwalgen bestaan natuurlijk niet alleen uit een serie aan elkaar gekoppelde aminozuren. Het zijn complete cellen. Om zulk leven te maken, moeten moleculen zichzelf kunnen kopiëren. Dat kopiëren geeft uiteindelijk ook de mogelijkheid tot voortplanting en erfelijkheid. De moleculen pakken zich samen in iets wat lijkt op een waterdruppeltje. Dit druppeltje schermt de moleculen af van hun omgeving, waardoor een primitieve cel ontstaat. Het belangrijkste kenmerk van zo’n cel is dat het een min of meer zelfstandige eenheid is met z’n eigen interne huishouding (stofwisseling), die anders is dan de stofwisseling van zijn omgeving.

Miljard jaar

Helaas weten we nu dat de atmosfeer van de jonge aarde op een aantal punten niet helemaal te vergelijken is met het Miller-Urey experiment. Onze planeet ontstond ongeveer 4,5 miljard jaar geleden. Er was toen veel vulkanische activiteit en tegenwoordig weten we dat bij vulkaanuitbarstingen met name koolstofmonoöxide (CO), koolstofdioxide (CO2), stikstof (N2) en waterdamp (H2O) vrijkomen. Wetenschappers denken dan ook dat dit de stoffen zijn die in de atmosfeer van de jonge aarde aanwezig waren. Het experimentele mengsel dat Miller en Urey samenstelden, reageert sterker dan de hierboven beschreven atmosfeer van de jonge aarde. Herhaling van het experiment met koolstofmonoöxide (CO), koolstofdioxide (CO2), stikstof (N2) en waterdamp (H2O) levert nauwelijks aminozuren op. Eigenlijk is dat ook niet zo vreemd, want de jonge aarde heeft bijna een miljard jaar de tijd gehad om leven te maken in plaats van een week.

Kraamkamers in het heelal

Andere wetenschappers denken dat het eerste leven misschien niet op de aarde zelf ontstond, maar ergens anders in het heelal. Sterrenkundigen hebben namelijk de afgelopen jaren een flink aantal van dezelfde stoffen als uit het Miller-Urey experiment gevonden, maar dan in de ruimte. Vaak gebeurde dit in een gaswolk waarin nieuwe sterren gevormd worden (een wolk interstellaire materie). In deze ‘kraamkamers’ van het heelal gebeuren een heleboel dingen waar we eigenlijk maar weinig vanaf weten. Hoewel het duidelijk is dat er in deze wolken ingewikkelde moleculen gevormd worden, is de oorzaak daarvan nog een groot raadsel. De dichtheid van de gaswolk is namelijk zo laag dat het bijna nooit voorkomt dat twee deeltjes dicht genoeg bij elkaar in de buurt komen om met elkaar te reageren.

De oplossing van dit raadsel is misschien te vinden in zeldzame stofdeeltjes die door de gaswolk zweven. De piepkleine stofdeeltjes zijn brokjes silicium of koolstof en vormen allemaal bij elkaar ongeveer één procent van de gaswolk. Het stof helpt waarschijnlijk bij de vorming van moleculen: deeltjes kunnen namelijk aan de stofjes blijven plakken, waardoor de kans dat ze met elkaar reageren veel groter wordt. Om erachter te komen hoe dat precies gaat en of dat kan verklaren dat er ingewikkelde moleculen tevoorschijn komen, moet nog flink wat onderzoek worden verricht.

Ruimte experiment

In 2010 gaat het Miller-Urey experiment daarom ook de ruimte in. Daar zal een wolk interstellaire materie worden nagemaakt. In deze kunstmatige gaswolk zitten siliciumbrokjes die erg lijken op de stofjes die in werkelijkheid in de ruimte voorkomen. De onderzoekers zullen de gaswolk flink laten afkoelen om de extreem koude omstandigheden in de ruimte na te bootsen. Omdat processen in de ruimte meestal vele duizenden jaren duren, kiezen de ontwikkelaars van het ruimte-experiment ervoor om vonken door de gaswolk heen te schieten. Zo komt de reactie sneller op gang en zijn de resultaten beter zichtbaar. Doordat er in de ruimte geen zwaartekracht is, verwachten wetenschappers dat chemische reacties daar een beetje anders verlopen dan hier op aarde. Ook het resultaat van dit experiment wordt dus spannend!

Vanaf 23 april 2009 is de tentoonstelling ‘Zoeken naar leven’ in NEMO open voor publiek. Kijk op de website van Science Center NEMO voor meer informatie en openingstijden.
 
Bron: kennislink
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 222


Inquisitie en de Jodenvervolging omstreeks 1492
the Catholic Conspiracy | 22 April 2009 | 15:04:02
In haar methodes, technieken en procedures was de Spaanse inquisitie gelijk aan zijn middeleeuwse voorganger. Ze verschilde van de middeleeuwse variant omdat ze geen verantwoording schuldig was aan de paus, maar direct aan de Spaanse kroon. Er was nog een belangrijk aspect waarin ze van elkaar verschilden. De voornaamste doelen van de middeleeuwse inquisitie in Frankrijk en Italië waren christelijke ketters geweest, zoals de katharen, Waldenzen en Fraticelli, of vermeende ketters zoals de tempeliers. Het voornaamste doel van de Spaanse inquisitie betrof de joodse bevolking op het Iberisch schiereiland. Ze zou wat betreft kwaadaardigheid en systematiek in zijn antisemitisme vooruitlopen op de pathologie van het twintigste-eeuwse nazisme.

In het midden van de veertiende eeuw, meer dan honderd jaar voor de opkomst van de Spaanse inquisitie, was Castilië al verscheurd geweest door een burgeroorlog. Beide partijen waren op zoek naar een zondebok en vonden die in de joodse gemeenschap – die, vanwege de prijzenswaardige tolerantie van de vroegere islamitische regimes, met name in Spanje groot was. Er waren pogroms geweest en de vlammen waren nog hoger opgestoken door fanatieke christelijke predikers. Het geweld was verhevigd totdat het in 1391 een hoogtepunt bereikte met de moord op honderden, wellicht duizenden, joden.

Geïntimideerd door deze tegen hen gerichte vervolging hadden veel joodse families in Spanje in de laatste decennia van de veertiende eeuw afstand gedaan van hun geloof en waren christen geworden. Deze mensen stonden bekend als ‘conversos’. Het was echter wel bekend dat in veel gevallen de bekering was afgedwongen en dat men in het geheim nog steeds vasthield aan het oorspronkelijk geloof. Dat gold ongetwijfeld voor een aanzienlijk aantal van hen; de meesten leken echter matig enthousiaste christenen geworden te zijn, net zoals ze daarvoor matig enthousiaste joden waren geweest. Of ze nu wel of niet oprecht katholiek geworden waren, de ‘converso’-families riepen hoe dan ook altijd argwaan en wantrouwen op en ze bleven het doelwit van antisemieten. De grootste antipathie bleef bewaard voor de zogenaamde ‘judassers’ – ‘conversos’ die ervan werden verdacht in het geheim praktiserend jood te zijn of, erger nog, tot christen geworden joden weer tot het jodendom te bekeren.
Ondanks het heersende vooroordeel tegen hen bloeiden veel ‘converso’-families op. In de jaren die volgden, zou een aantal van hen bekendheid verwerven in de koninklijke en burgerlijke macht en zelfs in de Kerk. In 1390 bekeerde de rabbi van Burgos zich bijvoorbeeld tot het katholicisme. Aan het eind van zijn leven zou hij bisschop van Burgos, pauselijk gezant en leraar voor een eimand van koninklijken bloede zijn. Hij was niet de enige. In een aantal van de belangrijkste steden werd het bestuur voornamelijk gevormd door vooraanstaande ‘converso’-families. Toen de Spaanse inquisitie net was ingesteld, was de schatmeester van koning Ferdinand qua achtergrond ‘converso’. In Aragon werden de vijf hoogste regeringsposten in het koninkrijk bezet door ‘conversos’. In Castilië waren maar liefst vier ‘converso’-bisschoppen. Drie van koningin Isabella’s secretarissen waren ‘conversos’, hetzelfde gold voor de officiële kroniekschrijver van het hof. Een van Torquemada’s ooms was een ‘converso’. Zelfs Sint-Theresa, die later zo geliefd was om haar pathologische katholicisme, was niet geheel ‘onbesmet’. In 1485 werd haar grootvader gedwongen om boete te doen omdat hij praktiserend jood was geweest – een aanwijzing dat de toekomstige heilige zelf joodse voorouders had.

Over het algemeen bevonden de ‘conversos’ en hun families zich onder de best opgeleide mensen van Spanje. Toen ze meer bekendheid kregen, gingen ze ook behoren tot de meest welgestelde. Hun sociale en economische status moest misschien wel de jaloezie en afgunst van hun buren opwekken. Ook zou de inquisitie zich steeds vijandelijker tegenover hen gaan opstellen.

Vanaf haar oprichting had de Spaanse inquisitie al begerig naar de joodse rijkdom gekeken. Ook voelde zij een onverzoenlijke antipathie tegen joden zelf, simpelweg omdat ze buiten de officiële jurisdictie van de inquisitie vielen. Volgens de oorspronkelijke breve mocht de inquisitie de ketters aanpakken – dat wil zeggen de christenen die waren afgeweken van de orthodoxe formules van het geloof. Zij had niets te zeggen over de aanhangers van geheel andere religies, zoals de joden en de moslims. De joodse en islamitische gemeenschappen in Spanje waren groot. Een aanzienlijk deel van de bevolking bleef zo dus gevrijwaard van de inquisitie; en voor een instituut dat een totale overheersing nastreefde, was zo’n situatie natuurlijk onverdraaglijk.

De eerste stap die de inquisitie hierin zette, betrof de zogenaamde ‘judassers’ – joden die getracht zouden hebben ‘converso’ die tot het jodendom terugkeerde na christen geweest te zijn, kon gemakkelijk als ketter worden bestempeld. Hetzelfde zou kunnen gelden voor iedereen die hem ertoe had aangezet tot het jodendom terug te keren – en deze overtreding zou nog kunnen worden uitgebreid zodat uiteindelijk alle joden eronder vielen. De inquisitie bleef echter zitten met een probleem omdat men bewijs voor elke vervolging moest leveren – of verzinnen – en dit was niet altijd even gemakkelijk.

De inquisitie nam enthousiast het kwaadaardige antisemitisme over van de beruchte Alonso de Espina, die zowel joden als ‘conversos’ haatte. Alonso was een voorstander dan de totale uitroeiing van het jodendom in Spanje en had al een deel van de bevolking voor zich gemobiliseerd. De inquisitie nam dit van Alonso over en begon zijn eigen fanatieke antisemitische propaganda, en gebruikte daarbij technieken die zo’n vier en een halve eeuw later ook door Joseph Goebbels zouden worden toegepast. Steeds opnieuw uitte men allerlei schandelijke beschuldigingen want men wist dat die uiteindelijk als geldig zouden worden geaccepteerd. Door het antisemitisme aan te halen dat aldus in de bevolking was geprovoceerd, verzocht de inquisitie de kroon om ‘passende’ maatregelen te treffen. Het voorstel om alle joden uit Spanje te verdrijven komt regelrecht van de inquisitie. De tekst waarin dit voorstel wordt gedaan, wordt door een historicus beschreven als ‘een barbaars document’ dat ‘riekt naar het kwaadaardige antisemitisme’.

Koning Ferdinand zag in dat de vervolging van joden en ‘conversos’ uiteindelijk kwalijke economische gevolgen voor het land zou hebben. Niettemin konden noch hij noch koningin Isabella weerstand bieden aan de gezamenlijke druk van de inquisitie en de gevoelens die deze bij het volk had aangewakkerd. In een brief aan zijn invloedrijkste edellieden en hovelingen schreef de koning het volgende:

Het heilige ambt van de inquisitie heeft gezien hoe sommige christenen gevaar lopen
door hun contact en communicatie met de joden en heeft er daarom voor gezorgd dat
de joden uit al onze gebieden en territoria verdreven worden en zij heeft ons
overgehaald om onze steun te verlenen en hierin toe te stemmen…wij doen dit
ondanks de grote schade die we hiermee onszelf toebrengen, omdat we streven naar
en de voorkeur geven aan de verlossing van onze ziel boven ons gewin.

Op 1 januari 1483 kondigden de monarchen ter bevrediging van de inquisitie aan dat alle joden die in het gebied van Andalusië woonden, verdreven moesten worden. Op 12 mei 1486 werden alle joden uit grote delen van Aragon verdreven, maar een algehele verdrijving moest nog worden uitgesteld omdat geld en andere vormen van steun van de joden en ‘conversos’ dringend nodig waren om de veldtocht tegen de moslims te kunnen blijven volhouden. De moslims waren ondertussen teruggedrongen in hun steeds verder krimpende koninkrijk Granada.

Er is bewijs dat er een geheime ‘deal’ tussen Torquemada, als representant van de inquisitie, en de Spaanse kroon werd gesloten. Torquemada leek te hebben geaccepteerd dat de kroon wachtte met het verdrijven van alle joden uit Spanje totdat het moslim-koninkrijk Granada definitief was veroverd. Met andere woorden, de joden zouden niet afgeslacht worden in bepaalde gebieden totdat zij en hun rijkdommen niet meer nodig waren. Ondertussen bereidde de inquisitie voor wat later berucht zou worden als ‘het heilige kind van La Guardia’ – een verzinsel, zo grof dat het door Hitler of Stalin in onze tijd bedacht had kunnen zijn.
Op 14 november 1491, twee weken voor de val van Granada, werden vijf joden en zes ‘conversos’ op de brandstapel gezet in Avila. Ze waren schuldig bevonden aan het ontheiligen van de hostie en tevens van het kruisigen van een christelijk kind wiens hart ze eruit zouden hebben gerukt. Het doel van deze gruwelijke oefening zou de uitvoering van een magisch ritueel geweest zijn om de macht van de inquisitie te neutraliseren en om alle christenen ‘stapelgek naar hun dood’ te laten sturen. De inquisitie maakte deze zaak op fanatieke wijze openbaar in elke stad van Castilië en Aragon en dreef daarmee de antisemitische waanzin tot een hoogtepunt.

Veertien dagen later capituleerde Granada waarmee het laatste islamitische bastion was gevallen. Drie maanden daarna, in maart van het jaar daarop, moesten alle joden in Spanje zich volgens een koninklijk edict bekeren of anders zouden ze verdreven worden. Zij die geen van beide deden, werden een gemakkelijke prooi voor de inquisitie. Zoals Carlos Fuentes al heeft gezegd, verbande Spanje in 1492 de sensualiteit met de moren, de intelligentie met de joden en werd het land voor de daaropvolgende vijf eeuwen steriel.

Zelfs nog voor de uiteindelijke verdrijving waren joden en ‘conversos’ ten prooi gevallen aan de inquisitie in veel groter getale dan de ketters. Na 1492 werd de vervolging alleen nog maar erger, versterkt door een nieuwe schijn van rechtvaardigheid. Van alle gevallen die door een nieuwe schijn van rechtvaardigheid. Van alle gevallen die door de inquisitie in Barcelona tussen 1488 en 1505 zijn behandeld, was 99,3 procent joods of conversos’. Joden en ‘conversos’ maakten 91,6 procent uit van alle gevallen die tussen 1484 en 1530 door de inquisitie in Valencia behandeld werden. Een historicus merkt op:

Het tribunaal, met andere woorden, was niet met ketterij in het algemeen bezig, maar
slechts met één religieuze afwijking: de kennelijk geheime praktijk van joodse
rituelen.
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 393


Reptilians, Evidence or Hoax?
YOUTUBE ARCHIVE | 13 April 2009 | 08:55:52
 
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 203


Morgellon-Silent superbug quorum 1/2
YOUTUBE ARCHIVE | 13 April 2009 | 08:47:37
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 164


UFO EXCLUSIVE - IS ONLY THE BEGIN..........................1*
YOUTUBE ARCHIVE | 13 April 2009 | 08:43:50
bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer


The Two Witnesses are here!
YOUTUBE ARCHIVE | 12 April 2009 | 10:38:50
bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer


ABRUZZO WAITING THE QUAKE
YOUTUBE ARCHIVE | 12 April 2009 | 10:37:42
 
 
bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer


Religion and science: Ignorance is NOT rationality.
YOUTUBE ARCHIVE | 05 April 2009 | 09:21:41

bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer


To All Religious Teenagers.
YOUTUBE ARCHIVE | 05 April 2009 | 09:20:38

bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer


Home   weblog sinds: 2009-01-13

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.